Nieuws

25.06.2019

Reactie BKNL Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024


BKNL heeft met veel interesse de Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024 tot zich genomen en sluit zich aan bij de reactie van Kunsten ’92, ook BKNL waardeert de inzet van de minister zeer. Extra investeringen, minder regelgeving, de inzet op een beter draagvlak vanuit de regio en verbetering van de voorwaarden voor een sterke cultuursector. Bovendien is BKNL verheugd over de handhaving van presentatie- en postacademische instellingen voor beeldende kunst in de basisinfrastructuur en het loslaten van de eigen inkomstennorm.

BKNL is er trots op dat de deelnemende partijen[1] sinds 2013 slagvaardig en gezamenlijk te werk zijn gegaan om niet alleen met de minister mee te denken, maar ook oplossingen aan te dragen voor diverse knelpunten. Zo heeft BKNL de Richtlijn Kunstenaarshonoraria ontwikkeld en daarvoor in twee jaar tijd breed draagvlak verworven. Deze richtlijn die in 2017 als eerste van de Arbeidsmarktagendapunten tot stand kwam en nu door alle beeldende kunstmusea is onderschreven dient inmiddels als voorbeeld voor de brede kunst en cultuursector. Álle beeldende kunstinstellingen in Nederland trekken gezamenlijk op voor een goed honorarium voor beeldend kunstenaars. Deze Richtlijn heeft geleid tot een volgende stap: het rapport en de Richtlijn Functie- en Loongebouw presentatie-instellingen beeldende kunst.
Daarnaast heeft BKNL, bij gebrek aan relevante sectorinformatie, zelf deze informatie verzameld en gepubliceerd. Recent is een Collectieve Selfie IV gepresenteerd; een jaarlijks rapport dat een inzichtelijk en samenhangend beeld geeft van de beeldende kunstsector, van individuen tot instellingen.
Overigens is dit een taak die BKNL nu graag overdraagt aan de onafhankelijke ondersteunende instelling die verantwoordelijk is voor dataverzameling.

Tenslotte heeft BKNL zich ontwikkeld tot belangrijke gesprekspartner namens het gehele veld van beeldende kunst, en wordt er gesproken en nagedacht over belangrijke trends en ontwikkelingen in de sector en de zichtbaarheid. Dat had zeker niet gekund zonder de faciliterende rol van het Mondriaan Fonds. Voor BKNL – en daarmee het beeldende kunstveld is het van enorm belang dat dit gehandhaafd blijft.

Met het oog op het debat over de uitgangspuntenbrief van de minister en vormgeving van het cultuurbeleid 2021-2024 vragen wij graag uw aandacht voor de volgende onderwerpen.

Fair Practice
BKNL vindt zich volledig in de uitspraak van de minister dat eerlijke beloning een onbetwistbaar uitgangspunt is en haar ambitie het huidige aanbod te handhaven, te verbreden en vernieuwen. Dat betekent echter wel dat er extra middelen nodig zijn.
Zoals het onderzoek van De Zaak Nu aantoont betekent dit voor de presentatie-instellingen voor beeldende kunst dat er € 2,2 miljoen moet worden toegevoegd voor instellingen in de BIS en door het Mondriaan Fonds gesubsidieerd. Dit is exclusief de indexatie die nodig is om de beloning werkenden in 2021 in gelijke tred te houden met de rest van de economie.[2]
Voor het kunstenaarshonorarium trekt de minister in totaal € 1,0 mln uit, op termijn is meer nodig[3].

Wederzijds belang, wederzijds profijt
Ateliers, atelierwoningen en werkruimtes vormen een bijzonder aspect van het domein beeldende kunst. Terecht maakt de minister daar een opmerking over in haar brief naar aanleiding van de motie Dik-Faber. Naast de quickscan van het ministerie roept de motie ook op kunstenaars samen met gemeenten en het culturele veld te betrekken en met hen te bekijken welke andere partijen ateliers als maatschappelijk vastgoed kunnen beheren en hierbij ook het leegstaande vastgoed betrekken. Deze opgave heeft het veld zelf ook opgepakt. Platform BK en de Kunstenbond organiseren in zes steden gespreid over het land een lokaal dialoog onder de noemer “Geen stad zonder Kunst”. De opbrengst van deze dialogen wordt gedeeld met het ministerie. De eerste opbrengsten laten zien dat hier ook kansen liggen voor een revolverend fonds. Zo heeft in Arnhem atelierbeheersorganisatie SLAK, afspraken weten te maken over het krijgen van een percentage van de verkoopwaarde van een vastgoedobject dat tijdelijk beheerd is door kunstenaars. Dat is een goede zaak. Te vaak zien we nu dat kunstenaars waarde toevoegen aan de omgeving waarin zij werken, en zorgen voor een waardevermeerdering van vastgoedobjecten die zij (tijdelijk) beheren, maar dat deze waardestijging terecht komt bij vastgoedbeheerders en projectenontwikkelaars.
Over kansen voor kunstenaars en bij een revolverend fonds, evenals de andere opbrengsten van de lokale dialogen, treden wij graag met u in overleg.

Tot slot
BKNL kan zich volledig vinden in het streven van de minister om sectorbreed en sectoroverschrijdend samen te werken.
Het spreekt voor zich dat BKNL graag wil meedenken op weg naar een sterkere en professionele beeldende kunst sector.

Lees hier de reactie van BKNL op de uitgangspunten van het cultuurbeleid 2021-2024 in PDF

[1] Aangesloten zijn Platform BK, de Kunstenbond, Kunsten ‘92, de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK), de Nederlandse Galerie Associatie (NGA) en de belangenvereniging voor presentatie-instellingen De Zaak Nu.

[2] Deze bedragen maken onderdeel uit van het onderzoek van Kunsten ’92 waarin staat dat minimaal € 25,4 miljoen extra nodig is om de Fair Practice Code naar behoren uit te voeren, en € 64,7 miljoen voor indexatie in 6 onderzochte deelsectoren. Een van die deelsectoren zijn de presentatie-instellingen. De € 2,2 is dus onderdeel van de € 25,4, en de € 1,6 maakt deel uit van de € 64,7 mln.

[3] Eerder becijferde het veld dat er 4 mln. nodig zou zijn. In de huidige opzet is er een sprake van een ingroeiregeling, voor volledige toepassing zijn meer middelen nodig. Zie brief Knelpunten in de Beeldende Kunst 2018 volgens BKNL